Veroordeling wegens bedreiging met terroristisch misdrijf blijft in stand

 In Rechtspraak

De veroordeling van een verdachte wegens bedreiging met een terroristisch misdrijf kort na de aanslagen in Parijs, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

De zaak
De verdachte en zijn medeverdachte waren in de nacht en de ochtend van 15 op 16 november 2015 samen aanwezig in een schuurtje langs de A2 in de buurt van Roosteren, gemeente Echt-Susteren. Het gerechtshof heeft vastgesteld dat in de ochtend van 16 november 2015 om 07.23 uur en om 07.34 uur vanuit de omgeving waar zij verbleven met de mobiele telefoon van de verdachte is gebeld naar het alarmnummer 112. In deze 112-telefoongesprekken werden bewoordingen geuit, waaronder “u spreekt met de Islam IS”, “de wereld vergaat”, “meneer Rutten gaat mij bellen” en “overal staat alles klaar alles is voorbereid”. Kort voor en na die telefoongesprekken werd in de buurt van het schuurtje vuurwerk afgestoken; bij de politie kwamen meldingen binnen van getuigen over harde knallen, lichtflitsen en een vuurtje. Deze gebeurtenissen vonden plaats drie dagen na de aanslagen in Parijs.
De zaak staat ook wel bekend als “Dombo en de Kikker” omdat bij de aanhouding van de twee verdachten een olifantenpak en een kikkerpak werd aangetroffen.

Oordeel gerechtshof
Het Hof veroordeelde de verdachte voor het dreigen met een terroristisch misdrijf en het zonder noodzaak gebruik te hebben gemaakt van het alarmnummer 112. De verdachte kreeg een taakstraf van 160 uur opgelegd.

Cassatie(klachten)
De verdachte stelde beroep in cassatie in. De advocaat van de verdachte klaagt onder meer over het oordeel van het Hof dat bij de bedreiging sprake was van een terroristisch oogmerk.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad is van oordeel dat deze klacht ongegrond is. Voor de bedreiging met een terroristisch misdrijf is niet vereist dat dat de bedreiger zelf daarbij ook een terroristisch oogmerk had. Voldoende is dat hij heeft gedreigd met een misdrijf dat als terroristisch kan worden aangemerkt. Ook de andere cassatieklachten slagen niet.

Met het oordeel van de Hoge Raad is de veroordeling van de verdachte definitief. Vanwege de duur van de procedure wordt de uiteindelijk opgelegde taakstraf 152 uur.