Veroordeling voor liquidatie in flat Kikkenstein blijft in stand

 In Rechtspraak

De veroordeling wegens het medeplegen van de moord op een man op een galerij van de flat Kikkenstein in Amsterdam op 9 mei 2016 blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

 

De zaak

Op de bewuste dag kwamen de verdachte (een bekende rapper) en het slachtoffer elkaar ’s nachts tegen op het VIP-dek in Club Air in Amsterdam. Nadat het slachtoffer Club Air had verlaten begon de verdachte een WhatsApp-gesprek met hem. Dat gesprek zou duren tot het moment waarop het slachtoffer is doodgeschoten. In het gesprek deed de verdachte alsof hij in het gezelschap was van 3 vrouwen en hij nodigde het slachtoffer uit zich bij hen te voegen in een woning in de Bijlmer in de flat Kikkenstein. Het slachtoffer ging op de uitnodiging van de verdachte in. In de loop van het gesprek dirigeerde de verdachte het slachtoffer naar het laatste portiek van de flat. De verdachte was toen al lang en breed op weg naar Rotterdam. Toen het slachtoffer bij het laatste portiek aankwam, werd hij onmiddellijk onder vuur genomen door een nog altijd onbekende schutter. Hij werd in zijn hoofd en romp getroffen en overleed ter plaatse. Het gerechtshof veroordeelde de  verdachte wegens het medeplegen van moord tot een gevangenisstraf van 18 jaar. De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Enkele dagen later is de verdachte vertrokken naar de Filipijnen. Hij slaagde erin ruim 18 jaar uit handen van justitie te blijven. Wel werd hij in 1999 door de rechtbank bij verstek veroordeeld wegens het medeplegen van doodslag en ontvoering. De Filipijnse autoriteiten verklaarden hem begin 2016 tot ongewenst vreemdeling en zetten hem op een vlucht naar Schiphol. Bij aankomst werd hij aangehouden. Hij ging toen in hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank. Het gerechtshof veroordeelde hem eveneens wegens het medeplegen van doodslag en ontvoering en legde een gevangenisstraf op van 9 jaar en 9 maanden. De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De medeverdachte is in 1998 onherroepelijk veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf.

Cassatieklachten

De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de beslissing van het gerechtshof te vernietigen. Hij is onder meer van mening dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad heeft de klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat het cassatieberoep ongegrond is en geen juridisch belangrijke nieuwe vragen oproept.

Met de uitspraak van de Hoge Raad is de veroordeling definitief.