Advies AG aan Hoge Raad: ontnemingsmaatregel van ruim 1,4 miljoen euro in zaak Saban B. in stand laten

 In Rechtspraak

De door het gerechtshof opgelegde ontnemingsmaatregel van € 1.452.000,= in de ontnemingszaak tegen Saban B. kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal Aben de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had B. de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.452.000,=. Dit bedrag betreft volgens het hof de opbrengst van de door B. gepleegde en bewezenverklaarde mensenhandel. B. werd voor dit strafbare feit veroordeeld tot 7 jaar en 9 maanden gevangenisstraf en een geldboete van € 150.000.

B. was het niet eens met de uitspraak in de ontnemingszaak en stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

In cassatie wordt onder meer geklaagd dat een bedrag dat B. door de mensenhandel heeft verdiend aan de prostitutiewerkzaamheden van zijn huidige echtgenote, ook onderdeel is van dat bedrag van  € 1.452.000,=. Doordat B. met zijn echtgenote in gemeenschap van goederen is getrouwd, zou de helft van het te ontnemen voordeel aan haar toebehoren en dus niet voor ontneming vatbaar zijn.

Advocaat-generaal Aben betoogt in zijn advies dat dit standpunt niet opgaat. De consequentie van het standpunt van de verdediging is dat een mensenhandelaar door te trouwen met zijn slachtoffer (in gemeenschap van goederen) zijn wederrechtelijk vermogen kan veiligstellen. De ontnemingsmaatregel heeft tot doel de betrokkene zodanig te treffen in zijn financiële belangen dat hij komt te verkeren in dezelfde vermogenspositie als wanneer hij het slachtoffer niet zou hebben uitgebuit. Overigens kan het Openbaar Ministerie, dat verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de ontnemingsmaatregel, rekening houden met de gezinssituatie.

Ook de andere cassatieklachten leiden in de visie van de advocaat-generaal niet tot vernietiging van de uitspraak. De opgelegde ontnemingsmaatregel van ruim 1,4 miljoen euro kan dan ook in stand blijven.

De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 3 december 2019.

De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat al dan niet te volgen. De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.